Tijdens het India-festival op de Dam afgelopen zomer zag ik een dansoptreden van de Samadhi Dance Company. Hoewel ik moderne dans normaal gesproken niet echt boeiend vind, had deze dans iets bijzonders, omdat moderne dans werd gecombineerd met oude oosterse wijsheden. Het was prachtig om te zien hoeveel liefde de dansers voor hun optreden hadden en volledig opgingen in hun dans – in samadhi.
Niet lang daarna kwam ik Vraja Sundari Keilman, de oprichtster van de Samadhi Dance Company tegen op vakantie in de Ardennen. Onder het genot van een kopje Tension Tamer-thee bespreken we hoe de company is ontstaan en waar haar eigen spirituele roots liggen.
Hoe ben je op het idee gekomen om de Samadhi Dance Company op te richten?Ik was al ongeveer twee jaar afgestudeerd, en na school had ik non stop gewerkt. Toen vonden ze een aantal cystes in mijn onderbuik, waardoor ik eigenlijk gedwongen werd een half jaartje rust te nemen en een operatie te ondergaan. En voor een danser is dat een extreem lange periode om niks te doen. Dat was dus ook een flinke wake-upcall voor mij. Je kunt niks meer doen en ligt daar maar een beetje. Ik begon meer te reflecteren over wat ik nou echt wilde, en ik merkte dat ik eigenlijk ook echt gewoon niet gelukkig was.
Al voor mijn operatie had ik besloten om die zomer met mijn zusjes en een paar vrienden in de zomer een eigen workshop te doen in plaats van de gewoonlijke workshops in het buitenland. Een van de huidige dansers van de Samadhi Dance Company, Ricardo, zat daar ook al bij. Hij was toen nog piepjong en wilde meer over moderne dans leren. Dus waar het eigenlijk mee begon was dat ik een solovoorstelling voor hem wilde maken. Een aantal andere dansers deden mee om meer te leren over improvisatie, moderne dans enzovoorts. Het was natuurlijk ontzettend leuk en gezellig. De hele zomer was eigenlijk een soort show periode/trainingsperiode. En na de operatie besloot ik met dat proces verder te gaan. Ik realiseerde me dat het heel veel terug gaf. Ik krijg er zelf heel veel inspiratie voor terug en de dansers voelden zich heel gelukkig. Ik kon echt dingen onderzoeken die ik zelf wou weten van dans en van het leven.
Dus de hele wereld ging voor mij open. Ik was toen ook heel veel yoga gaan doen, want ik kon gewoon niet trainen. Ik kon alleen maar bepaalde mudra-yoga doen. Ik was iemand die gewend was om heel aan Pilates te doen en hard te trainen, dus in die rigide levensstijl kwam ik niet toe aan heel veel vragen. Internaliseren, reflectie – dat waren gewoon dingen die heel ver weg stonden.
Op het moment dat ik weer kon dansen, was ik eigenlijk meteen geboekt, dus dat viel heel erg goed. En toen besloot ik ook aan de dansers van de zomer te vragen om iets te doen met het proces van de zomer. Toen hebben we dus ons eerste stuk voor Samadhi gemaakt: Blue Boy. Dat stuk was gebaseerd op het hart chakra, op Krishna en op de nacht. Het was voor zowel mij als de dansers een uitlaatklep. De meeste dansers met wie ik toen werkte die zomer, hadden net als ik een hele gevoelige en kwetsbare kant, waar ze heel erg moeite mee hadden, op school en op het werk of tijdens repitities. De danswereld is een echt een dog-eat-dogwereld. Eigenlijk is er geen ruimte voor zachtheid, liefheid, kwetsbaarheid, emoties. Dus we besloten in dat stuk al die dingen te verwerken.
En ik was net een boek aan het lezen over ayurveda en de geest, en daar las ik een hoofdstuk over ‘samadhi’. Daar werd uitgelegd dat het er om gaat om compleet geabsorbeerd worden in iets. Dat kan iets superieurs zijn, zoals meditatie, maar ook iets inferieurs, zoals wanneer bijvoorbeeld aan het joggen bent of heel erg in iets zit. Ik vond het echt heel gepast voor wat wij eigenlijk aan het doen waren, want ons idee is ook dat als we gaan dansen we ons compleet absorberen in een bepaalde rasa, een bepaalde sfeer, en in elkaar. Dus ik zei voor de gein laten we die groep Samadhi noemen. Beide voorstellingen waren totaal uitverkocht, dus dat was een heel groot succes.
Surajit Das, een sitarspeler, vroeg mij om een project te maken van negentig minuten over Navarasa, de negen rasa’s of emoties. En toen was het dus eigenlijk al gebeurd, toen was Samadhi eigenlijk al geboren. We hadden al meteen een giga-opdracht voor ons klaarliggen.
Toen begon door te dringen dat ik echt een eigen company had, maar dat was aanvankelijk niet de bedoeling geweest, zoveel bewuste courage heb ik niet. Het was heel onbewust en we wilden gewoon even iets leuks doen. Ik wou eigenlijk ook gewoon dansen, maar niet onder die druk van een normale company. Wat ik ook had gemerkt tijdens stages en andere werkervaringen, is dat mensen soms heel getalenteerd zijn en heel veel in zich hebben maar toch heel ongelukkig zijn. Dus in die zin had ik heel veel overeen met veel Hare Krishna-toegewijden. Je doet je ding, maar je mist toch iets. En na een jaar van dat werk ben ik nog wel een paar keer gevraagd door andere choreografen om met hen te werken, en dat was heel interessant, maar ik realiseerde wel dat de meest toegewijd was aan mijn eigen werk doen, en niet zozeer omdat mijn eigen werk zo fantastisch was, maar omdat ik daar het meest van leerde en mezelf daar het meest in kwijt kon en dat had ook het meeste connectie met mijn achtergrond. Dat is Samadhi.
We hebben ook een aantal dansers die puur door deze training ook de Bhagavad-gita zijn gaan lezen om te weten waar het vandaan komt. Als je bij dit soort trainingen niet weet waar je mee bezig bent, dan voel je je ook verloren. Er zijn geen pasjes of vormen waar je je achter kan verbergen.
Kun je ook wat meer uitleg geven over je spirituele achtergrond?
Zowel mijn partner als ik zijn kinderen van discipelen van Srila Prabhupada. Het grappige is dat onze ouders al bevriend waren toen ze jong waren. Mijn moeder was op haar 19e geïnitieerd en zijn moeder op haar 17e. Hetzelfde geldt voor onze vaders. We zijn inmiddels al vier jaar samen. We hebben natuurlijk heel veel dingen met elkaar gemeen, omdat we dankzij onze ouders dezelfde achtergrond hebben. Maar ervaren alles toch vanuit een heel andere invalshoek. Hij is bijvoorbeeld opgegroeid met heel veel kennis, dus hij kent alle verzen uit de geschriften, alle namen van heiligen. Hij is soms echt een wandelende encyclopedie. Mijn zusjes en ik zitten misschien op een ‘lager’ niveau, als je dat zo kunt zeggen. Mijn ouders hebben ons wel geleerd over zaken als reïncarnatie, vegetarisme, dat dieren ook een ziel hebben en dat je compassie moet hebben voor alle levende wezens.
Ik ben zelf pas een paar jaar geleden meer gaan verdiepen in de verzen en dergelijke. Mijn vader is bijvoorbeeld heel filosofisch ingesteld en mijn moeder ook, dus in die zin hadden altijd al filosofische discussies Dus we vullen elkaar een beetje aan en dat probeer ik ook met mijn dansers te doen. Ik benadruk dat het niet echt heel belangrijk is om je blind te staren op de regels en wat je wel of niet mag doen, maar dat je richt op je relatie met Krishna in je hart. Of noem het het schone, het mooie, het goddelijke – probeer dat te ontwikkelen.
Mijn ouders hebben me altijd geleerd dat wij zijn mensen altijd op zoek zijn naar genot, dat we er eigenlijk naar verlangen naar huis te gaan, naar een plek waar het goed is. En dat lijden vaak een instrument kan zijn om ons weer op het juiste pad te brengen.Mijn zusjes zijn precies hetzelfde. Ze zingen en dansen als dienst aan Krishna, omdat dat hun talent is.
Krishna Das (haar partner): Ze hebben ook heel bewust de keuze gekregen. Zo van ‘Wij doen dit en pas als het echt zelf wilt, dan zullen we je er echt meer over vertellen.’ Ze hebben verder een heel normaal leven gehad en zijn materieel ook heel goed wegwijs gemaakt. Ze hebben bijvoorbeeld allemaal een goede studie achter de rug.
Vraja: Dat was soms ook een beetje lastig. Ik had zelf heel vaak het gevoel dat ik tussen twee wereldjes in zat. Mijn ouders geloven dat je echt dat moet proberen je plicht te doen in de materiële wereld. Wil je in een spirituele gemeenschap wonen, dan kan dat helpen, maar dat is je eigen keuze. In hun visie was het soms ook juist makkelijker om in een gemeenschap te leven en juist moeilijker zijn om in de materiële wereld te leven en toch je plicht te doen. Zij kozen zelf dus voor het laatste.
Ze waren er wel altijd voor ons als we vragen hadden. We konden gewoon onze eigen beslissingen maken, ondanks dat het niet altijd de beste waren, maar ze stonden altijd voor ons klaar. Dus voor de materiële wereld waren we hare Krishna’s. En voor sommige Hare Krishna’s waren we, vooral vroeger, ‘ materiële mensen’. Dus dat was soms best moeilijk. Maar het heeft ons wel heel veel gegeven. We hebben altijd wel foto’s en Beeldgedaanten van Krishna om ons heen gehad. Als ik bang was dan lag ik met mijn Krishna-knuffel op mijn borst.
Vanaf mijn 15e begon ik me meer af te vragen of ik nou echt in Krishna geloofde of niet. Toen ben ik ook echt een tijdje heel verloren geweest en heel ongelukkig. Toen ik het eigenlijk helemaal beu was kwam ik even op vakantie naar Radhadesh en hier ontmoette ik Krishna Das. En dat was ook de periode dat ik echt klaar was om meer te leren. Ik had toen bijvoorbeeld de hele dag een bepaalde mantra in mijn hoofd Jaya Sri Krishna, en die leerde ik dan helemaal. Het geeft ook een fijn gevoel om zelf de ontdekking aan te gaan.
Ik zeg niet dat het ene beter is dan het andere, maar het heeft ons heel veel vrijheid gegeven, ook om onze eigen interpretatie om seva te doen. Het is natuurlijk soms heel erg eng om je eigen stukken voor Krishna te dansen het is heel makkelijk om in vals ego te vervallen, om te denken van ‘Het zijn mijn stukken, en ik heb het gemaakt.’ Dus het is altijd weer een meditatie om het echt als dienst aan Krishna te zien.
Dus in die zin zijn we heel vrij gelaten om zelf te zoeken naar antwoorden. Mijn ouders hebben me ook altijd geleerd dat je meestal toch niet kunt weten wat het antwoord is, maar wel kunt weten wat het zeker niet is. En mocht je weer willen weten, de Veda’s staan boordevol kennis. En ze hebben ons ook aangeleerd om op te passen en niet op te gaan in perfectionisme. Het is heel makkelijk soms om de Hare Krishna-leer heel rigide op te vatten: ‘als je zus of zo niet doet, krijg je straf’.
Dus ja, in die zin is het echt wel ons eigen ding geworden. En als we hier in Radhadesh op vakantie zijn, zien we natuurlijk hoe de mensen naar mijn ouders opkijken. Dat verbaast ons natuurlijk altijd, want ons zijn het gewoon onze ouders, en hier lijken ze wel beroemd. Mijn moeder weet bijvoorbeeld zo veel, maar ze zal daar nooit uit zichzelf meekomen, je moet haar erom vragen. Ik weet bijvoorbeeld nog steeds niet hoe haar levensverhaal er precies uitziet, omdat ze zoveel heeft meegemaakt. In die zin zijn we heel vrij gelaten.
En hoe combineer je je spiritualiteit met je dans? Want je dansen zijn dus eigenlijk ook een uiting van je spiritualiteit.
Ik denk dat het eigenlijk voor iedere danser wel zo is. Het is wel een complex iets. We zijn erook niet alleen voor toegewijden, al zijn ze natuurlijk heel welkom om te komen. Maar we zijn er vooral voor mensen die er nog nooit van gehoord hebben. We willen kennis delen. Wat ik zo mooi vind en bijvoorbeeld het Sanskriet is dat er voor elk een motie een woord is, waardoor ik steeds nieuwe thema’s vind voor mijn dansstukken. En omdat de dansen dus gebaseerd zijn op de Veda’s, krijgen de dansers een kans, via een omweg, om daarover te leren. En ook het publiek natuurlijk. En we gebruiken ook vaak een vers uit de Bhagavad-gita.
Net zoals met al onze producties is het wel gebaseerd op een bepaald concept. Of het nou het planetenstelsel is of Kali-yuga of de geest of het ego, de zintuigen, de emoties. Er is zoveel. Er zijn zoveel onderwerpen. We zaten bijvoorbeeld te denken aan Garudal, waar je natuurlijk ontzettend veel mee kunt doen. Het idee is dat daarin komen met een bepaald concept en een bepaalde sfeer. Of een bepaalde emotie of rasa in die sfeer. We gaan gewoon improviseren. Heel vaak zitten er fantastische dingen tussen.
Ik voel me soms wel een beetje eenzaam, want er zijn natuurlijk niet veel Hare Krishna’s van mijn leeftijd die ook moderne dans doen en een eigen company hebben. Eigenlijk gewoon geen. Soms weet je het gewoon ook niet of je het goed doet of niet. Soms vraag ik me wel eens af waar ik mee bezig ben. Maar ja, de mensen hier in Radhadesh hebben het kasteel hier ook zomaar omgetoverd van een vervallen puinhoop in een leefbare gemeenschap. Of kijk naar Prabhupada zelf, die kwam met helemaal niets aanzetten in Amerika en heeft een hele beweging van de grond gekregen.
Focus je gewoon op wat je doet, en als Hij het wil, dan komt het wel. Maar je moet wel heel veel vertrouwen hebben. Maar ik heb gelukkig een waanzinnige familie. Zonder hun was het helemaal niet mogelijk geweest. Mijn zusje bijvoorbeeld is een van mijn meest toegewijde dansers. Zij zingt ook en danst ook en is net als mijn partner in heel getalenteerd in veel opzichten. De Samadhi Dance Company is wel van mij, maar het is ook niet van mij. Dus het is constant mediteren op Krishna.
Het eerstvolgende optreden van de Samadhi Dance Company is op 23 oktober 2009 in Theater de Speeldoos in Baarn.
Voor meer info zie www.samadhidancecompany.nl
loading...
















